maandag 26 maart 2012

Utregse les


  1. T-verploatsing
    Utereg
    Hij hep/leg
    Gozert
    Keepert
    Brommert
  2. Klinkers
    Aa: oa (gaat)
    A: ea (wat)
    Ee: i-j (been - bi-jn)
    Oo: ow (groot - grôôt)
  3. Verkleinwoorden
    Hart - hartsjie
    Bad - badsjie
    Knie - knietsjie
    Mand - mandsjie
    Jochie
    Wijffie
  4. Scheldwoorden
    Guppekop
    Aachtelukku gladiool
    Dakhaas
    Haalve zoal
    Graftak
  5. Andere opvallende zaken
    Woar
    Sterke werkwoorden zwak verbogen:
    hij blies - hij bloasde

Geen opmerkingen:

Een reactie posten